Deeltjesvertrager

Kortschrift

Alsmaar verder en verder

leave a comment »

51 gedichten zijn het geworden.
Over kleine verzuchtingen, mijmeringen, waarnemingen.
Vaak over onzichtbare gevoelens die opduiken tijdens wandelingen.
Dingen uit het leven, het leven dat dan ook de enige rode draad is in dit boek.

Taal

Terwijl ik haar kuste
prevelde ze woorden in een taal die ik niet verstond.
Het klonk Zuiders, Spaans, Italiaans of zo.
Ik dacht: ze wacht op antwoord
dus kuste ik nog wat harder.

Hij schudde mij hartelijk de hand
sprak woorden in een taal die ik niet verstond.
Het klonk warm oprecht, broederlijk of zo.
Ik dacht: hij wacht op wederwoord
dus sloot ik mijn mond en lachte.

Toen ze samen wegliepen
riep ik woorden in een taal die zij niet verstonden.
Ze klonken als: verlaten, als kom terug of zo.
Zij dachten: hij wacht op onze groet
dus wuifden ze en was ik plots alleen.

Sombere dag

Die zondag lopen ze over de dijk met smetteloze schoenen
hoge hakken en ijzeren hielen klakkend
als bekken van vermoeide meeuwen.
De stroom schrijft een droef verhaal in de bedding
walst schepen naar de overkant waar een spie van zonlicht vergaat.
Alsof ze reeds geest geworden zijn
onopgemerkt in het middelpunt van al wat zich eventueel nog afspeelt.
Zijn witte donzen hand beschermend om haar broze vingers
elkaars gelijken in woordeloze vastberadenheid.
Achter hen weten ze verslagen hun schaduw met verhalen.
Denken ze aan papieren op de oude kast naast de kalender
met dode mensen?
Lachen is ongepast met een strik die de keel vernauwt en rouge die uit de lippen smeert.
Hun schrijden heeft de bravoure van protagonisten uit een opera.
Ongeveer onder de grote beer bereiken ze de sluis
en gaan stilzwijgend te water.
Achter hen geen sporen meer maar een teder geduw
naar het einde van de nacht.
Nog een keer maanlicht dat de spiegel breekt
en dan is alles goed.

Wie graag een bundel koopt kan bestellen door een mailtje te sturen naar
zoneplus1@gmail.com
(15€ + verzending)


Written by deltaking

11 mei 2019 at 9:23 am

Geplaatst in Ook nog..., Poëzie

Tagged with

Bullebak

leave a comment »

Hij was rond de veertig, kort zwart haar, stevig torso en van gemiddelde grootte.
Toen ik de trein verliet in het station Guillemins Luik viel hij me al op.
Er waren veel reizigers uitgestapt en die baanden zich allen een weg richting uitgang of naar een ander perron.
De man liep net voor mij.  Er was iets in zijn tred dat me opviel maar ik wist toen nog niet goed wat.
Hij stapte heel robuust, vastberaden en met iets van ongeduldige haast in de mensenzee.
Daarbij werd hij gehinderd door een jonge man die ietwat talmde en iets leek te zoeken.
Door het verschil in snelheid leek een kleine aanraking tussen die twee figuren onvermijdelijk.
De jongeman was zich daar helemaal niet van bewust.  De andere echter zette zich schrap en toen hij zich ietwat draaide om zijn opponent een stevige por te geven zag ik de agressie in zijn ogen.
Het was zo duidelijk dat ik niet verschoot toen hij werktuigelijk op een heel woeste manier met zijn schouder in de richting van de jongeman  sloeg.  Hij miste echter en vloekend vervolgde hij zijn weg.
Nog één keer keek hij kwaad achterom waarbij mij opnieuw opviel hoeveel boosheid hij met zich meedroeg.  In zulke gevallen overkomt het mij vaak dat ik me voorstellingen maak over wat vooraf gegaan is.  Ontslag?  Gedumpt door de vrouw?  Maar deze keer voelde het anders.  Ik had meteen het gevoel dat de agressie een fundamenteel gegeven was van het wezen van die man.  Meer nog, ik besefte dat hij zeer bewust gekozen had om zo door het leven te gaan.  Het was een van de blokken waarmee hij zijn imago had opgebouwd.  Een mix van machogedrag en empatisch onvermogen bij gebrek aan beter.
Over die dingen zat ik te denken op de trein die me naar Marloie zou brengen toen een luide geeuw me uit mijn overpeinzingen haalde.  Ik draaide mij om en daar zat de bullebak, enkele meters verder.
Hij staarde me aan met een ‘Wat scheelt er man?’ blik waardoor ik snel terug mijn lectuur opzocht.
Onder de tafeltjes tussen de banken zit steeds een metalen vuilbakje.  Het is vrij moeilijk om dit na gebruik zacht te sluiten.  Er zit wat veerkracht op de scharnier waardoor  het deksel  met veel lawaai dichtklapt.  Ervaren reizigers weten dat en beheersen de kunst om door iets langer vasthouden het bakje betrekkelijk zacht te sluiten.  Maar soms klinkt dus een luide slag wanneer iemand zich ontdaan heeft van een chocoladewikkel of zo.
Het is ongezien dat dit geluid zich op een minuut tien keer voordoet en telkens van op dezelfde plaats.  Het hoeft geen betoog dat deze eer de bullebak toekwam.  De andere reizigers bekeken mekaar begrijpend, verenigd in dezelfde ergernis.
De bullebak had er dorst van gekregen en dronk gulzig van een grote, plastic fles mineraalwater.
Toen deze bijna leeg was drukte hij er stevig in wat een luid gekraak teweeg bracht.
Zeer amusant moet hij gedacht hebben want gedurende een kwartier was dat zijn spelletje.
Terwijl keek hij iedereen uitdagend en met een smerige grijns aan.
De trein kwam aan in Marche en Famenne.  Bijna alle passagiers stapten hier af, ook de woesteling.
Opnieuw ergerde hij zich blauw aan de te trage reizigers die het perron afwandelden naar de uitgang.
Terwijl hij de rest meewarig bekeek besloot hij hen de pas af te snijden.  Hij stapte resoluut over een kleine borduur en liep als een dolle hond door de grasberm.  Vanachter het raam zag ik hoe hij met  schokkende schouders en met woeste kop door het gras beende. Plots stond hij als versteend stil.
Hij draaide zich om en ik zag de verbijstering in zijn ogen overgaan tot bloedstollende coleire.
Hij hief zijn rechterbeen omhoog om de onderkant van zijn schoen te bekijken en nu werd zijn kop rood en zijn ergernis blauw.  Briesend keek hij rond of de hond nog in de buurt was.
Er had zich een lichte nevel neergevleid boven de stationsbuurt.  Het maakte het tafereel nog surrealistischer.  Op de baan liep een verscheidenheid aan mensen, elk met hun eigen gedachten en verwachtingen huiswaarts.  Voor de ene wachtte een heerlijke maaltijd, voor de andere een frisse pint en een potje biljart. In die gelukzaligheid zagen ze de man niet.
Die stond iets verderop als een gek met zijn schoen over een graszode te schuren.
Toen de trein zich in beweging zette bleef ik met een zalige glimlach alleen achter in de coupé waarin de rust nu was wedergekeerd.

Written by deltaking

9 maart 2018 at 2:27 pm

Geplaatst in Kortverhaal

Hart

leave a comment »

Voor Menno

Wat een gemis
voor de grachten van Amsterdam.
Je logge lijf doorklieft de zwarte spiegel
waarin geen maan meer licht.
Dichter bij de stad kan je niet komen.
Een schim met letters in zijn kop en schuim op de lippen.
Wat zijn de hoeren stil, getooid met nachtschade
laten ze zich niet meer lezen.
Het eenzaam tikken
van vingers op zacht katoenpapier.
Met te diepe zucht
klapt alweer een bundel dicht.

Written by deltaking

8 maart 2018 at 10:42 pm

Geplaatst in Poëzie

Tagged with

Pour David

leave a comment »

Er waaide een ijzig koude wind over het perron van Erembodegem ondanks de schitterende zon en de blauwe hemel.  Met een kwartier vertraging bracht de trein mij naar Brussel waar de volgende met  bestemming Marloie al op mij stond te wachten. Met de trein reizen is iets helemaal anders dan pendelen.  De levensverhalen van de reizigers zijn in tijd en in kilometers verder uitgesponnen.
Het lijkt wel of er een heleboel mini toneelstukjes opgevoerd worden.
Aan de overzijde van het gangpad installeert zich een jong koppeltje.  Zij is klein, heeft een zilveren bril en het haar in een dot.  Hij is vrij stug, zwart piekhaar en is al enkele dagen ongeschoren.  Hij laat zijn hoofd richting haar schouder zakken maar met een korte ruk weigert ze zijn liefkozing.  Ze kijkt met gevoelloze ogen door het raam.  Hij staart met verdrietige blik naar een punt in de verte.
Af en toe opkijkend uit mijn boek bemerk ik dat er geen enkele verandering in hun houding plaatsvindt.  De koppigheid van hun onvermogen om een woord of een blik uit te wisselen is pijnlijk om te zien.  Even fantaseer ik over mogelijke oorzaken maar al snel verdiep ik mij terug in Duizelingen van W.G. Sebald waarin de schrijver zijn treinreis door Europa beschrijft. Wat ikzelf zie verweeft zich op een aangename manier met de gevoelens van de reiziger uit het boek.  Het is alsof ook ik enkel een personage ben.
Achter mij zit een grootvader met zijn kleinzoon.  Beiden hebben een zeemanspet op het hoofd en ondanks de strenge woorden van de opa voel ik dat ze het samen goed kunnen vinden.  Het ventje is schat ik ongeveer 10 jaar.  Tegenover hem is een jongeman van rond de 20 gaan zitten en heel spontaan is er tussen die jongen en het kind een gesprek ontstaan.  Even later spelen ze een gezelschapspel waarop de opa zijn mobieltje neemt en de ouders belt.  ” Het gaat prima met de kleine, hij heeft een vriendje gevonden op de trein en ze spelen nu een spelletje” klinkt het.
De jongeman grijnst..
Voor terug in mijn boek te duiken gooi ik nog snel een blik op het ongelukkige koppeltje.  Geen verbetering in zicht.
Op het ogenblik dat Sebald aankomt in Verona zie ik in mijn ooghoek dat iemand mij aankijkt.
Ik kijk.  Een gezette man van rond de 40, gekleed in een versleten, azuurblauwe jogging en een vuilgrijze trainingsbroek spreekt mij aan.  Hij vraagt met aandrang of ik een pen en een stuk papier heb.  Even ben ik uit mijn lood geslagen door dat ongewone verzoek.  Waarvoor heeft hij dat op dit moment nodig?  Waarom die lichte paniek in zijn ogen?  Wanneer ik hem pen en papier geef zet hij zich rechtover mij neer.  “Ik ben David Mathieu” zegt hij en hij schrijft zijn naam op het blad. Daarna kijkt hij me recht in de ogen en lacht.  “Ik was in Brussel maar er liep niemand, helemaal niemand in de stad.  Nu ga ik naar Namen.  Ik heb geen huis maar wel honger.  Heb je niets te eten voor mij?” vraagt hij.  Ik antwoord dat ik niets bij heb waarop hij vraagt of hij de balpen mag houden wat ik toesta.  David begint nu met veel concentratie te tekenen. Door de kleine ruimte tussen ons is het moeilijk om niet op zijn vingers te kijken en ik weet mij niet helemaal een houding te geven.  Als ik rondom mij kijk zie ik tot mijn verbazing dat niemand het tafereel gade slaat.
“Ik heb nog mooiere tekeningen gemaakt dan deze, maar ze is toch heel mooi. Of niet?”
Hij kijkt mij pal aan en ik bevestig.  Ik vraag hem wat de figuur in de linkerbovenhoek is.
“Dat is de maan in de zon.  En rechts dat is het hart.” zegt hij terwijl hij enkele keren op zijn borst klopt.  Hij arceert nog wat en dan is de tekening klaar.  Nu draait hij zijn hoofd naar het ongelukkige koppel en roept naar de jongen, die nog steeds met verdrietige ogen naar dat punt staart : “Hey, wat scheelt er?” De geschrokken jongen stamelt dat alles ok is maar David geeft niet op.  “Wat is het probleem? Wat is er met je aan de hand?”  De jongen is nu angstig en mompelt opnieuw dat er niets is.  Op David zijn vraag voor wat eten of wat geld zegt hij kordaat nee.
Ondertussen heb ik wat kleingeld uit mijn vestzak opgediept en iets voor we Namen binnenrijden geef ik het hem.  Hij neemt het dankbaar aan en vraagt of ik de tekening wil, hij schenkt ze mij als souvenir.  Maar eerst moet hij mijn naam weten.  Hij neemt het papier terug en schrijft ‘Pour Erwin’
Dan is de trein in Namen en nemen we met een zwaai afscheid.
Het is zelden dat er nog gesproken wordt tussen reizigers die mekaar niet kennen, bedenk ik en op dat moment spreekt de ongelukkige jongen mij aan.  “Ik heb slechte ervaringen met bedelaars, daarom gaf ik niets.” Als bij wonder zie ik even later hoe het jonge koppeltje elkaars hand vasthoudt en lachend tegen mekaar fluisteren.
Het is dan ook mijn overtuiging dat David’s kunst daar voor iets tussen zit.
DSCN2613

Written by deltaking

18 februari 2018 at 10:07 pm

Geplaatst in Kortverhaal

Vermogen en onvermogen.

leave a comment »

Het was zo een dag met een lange wandeling door de velden en de bossen.
Heel het traject afgeboord met braamstruiken vol vette bessen.  Gulzig plukkende zaligheid.
De zon vocht een robbertje uit met de grijze wolken die heel de dag dreigden maar uiteindelijk zelf geen zachte traan plengden.
Dan het terras, Rochefort en kaas en nog een uitspansel.
Zomerweer met vermogen om stand te houden, het onvermogen van de regen om neer te dwarrelen, laat staan te gutsen.
Later op de zolderkamer behaaglijk de vermoeidheid voelen opstijgen van de kleine teen tot het leeggemaakte hoofd.
Kleine hapjes en nog wat koele wijn.
Hier en daar een gewisseld woord, gespin van de kat.
Een aarzeling dient bij de bron verholpen te worden.  De film hapert een duizendste van een seconde dus..muziek als healer.
Een klik op een map, een bewaard bestand, een kraakje en dan het toppunt van heldere klanken, van emotie, een momentum dat ontstaat zonder dat daarover nagedacht werd.
John Fahey. The dance of Death & other plantation favorites.
Het vermogen om je eigenste onvermogen met zoveel schoonheid te etaleren.
Het vermogen om vingers perfect op snaren te plaatsen, het ijzer te buigen naar je wil, naar het zuchten van je vertoornde ziel.  Het onvermogen om je neer te leggen bij de eindigheid van schone dingen, van schone liedjes die je niet op repeat kan zetten.
Het is een periode met veel te veel aanwezigheid van sterven, zoveel dat troost helaas niets meer lijkt dan een plakkertje op een gapende wonde.
Toch de mond nog paars van de zachte braambessen, het haar verward van het briesje, de keel gesmeerd met bier en wijn.
Door de zwarte nacht breekt de hemel door met hier en daar een koppige ster.
Het vermogen om de nietigheid te zien en te beleven.
Het onvermogen om rusteloos in slaap te vallen.

Written by deltaking

5 augustus 2017 at 9:08 am

Geplaatst in Ook nog...

Bevers

leave a comment »

Ik heb voor mezelf uitgemaakt iets pas aan mijn bucket list toe te voegen op het moment
dat het geschrapt kan worden.  Bevers check !
Op een steenworp van Lagrange9 ligt een prachtige vallei met twee natuurlijke vijvers die op miraculeuze wijze  zijn afgedamd door bevers. Reusachtige bomen tot trechter geknaagd wijzen op recente activiteit en vaak maak ik tijdens wandelingen een omwegje in de hoop de beesten te zien. Tevergeefs..tot voor kort.
Plots een bericht via via in mijn mailbox.
Of iemand zin heeft in een nocturne wandeling met het doel bevers te zien? Gevolgd door ” un petit verre après-castor” ? Yep!
De gids heeft een avond met bijna volle maan uitgekozen om toch nog iets te kunnen zien.
Met zijn tienen vertrekken we rond acht uur voor de kleine wandeling naar de vallei.
Mijn verwachtingen krijgen een flinke knauw door het geluid van onze groep.
Een half uur zwijgen blijkt moeilijk en volgens de gids niet nodig.  Het is nog te vroeg..
Het is nooit te vroeg om te zwijgen wil ik opperen maar ik zwijg…
Als we de vallei bereiken vallen alle gesprekken plotsklaps stil en wijzen enkele vingers naar drie kleine boompjes waarnaast : een grote bever!  Zo’n beest kan staart inbegrepen een stuk boven de meter gaan.  Hij duikt het water in en wordt al snel vergezeld door nog twee exemplaren. Gedurende een kwartier zien we ze duiken, zwemmen en enkele keren met hun enorme staart op het wateroppervlakte slaan.  Dan wordt het te donker en struinen we gelukkig naar le petit verre aprés castor.  Eèn georganiseerde wandeling en drie bevers zien?  kan dat toeval zijn?
Twee dagen later ga ik er in mijn eentje terug naartoe.  Ik vertrek vroeger, met verrekijker en fototoestel in de hoop ze bij daglicht te kunnen fotograferen.
Ik verschuil mij tussen de struiken en wacht.  Een moment met mezelf en de natuur.
Misschien tonen ze zich niet vandaag maar kijk, wat verderop komen vier reeën hun dorst laven.
Af en toe kijkt er eentje in mijn richting.  Dan hou ik mijn adem in, durf niet te bewegen. Maar een foto lukt wel.  Uiteindelijk worden ze opgeschrikt door enkele landende eenden.
Een half uur later wordt het donker en geef ik de hoop op.  Voor de zekerheid verplicht ik mijzelf nog even geduld uit te oefenen en ja, daar zijn ze weer.   De maan is nu op zijn sterkst en over een bergtop gekropen en verlicht de vallei. Magisch. Ik aanschouw nog even de badende dieren tot het te donker wordt.  Als ik door het bos huiswaarts keer wisselen duisternis en licht mekaar af.
Ik kruis nog enkele wildkampeerders die verschrikt bonjoer stamelen.  Hun vuur vormt een oranje stip op de foto van deze wonderbaarlijke nacht.

Written by deltaking

11 april 2017 at 10:26 pm

Geplaatst in Ook nog...

Het grootste gewicht

leave a comment »

‘ Als jou nu eens, op een dag of op een nacht, een demon achterna sloop tot in je eenzaamste eenzaamheid en tegen je zei: “Dit leven, zoals je het thans leeft en geleefd hebt, zul je nog eens en nog ontelbare malen moeten leven; en er zal niets nieuws aan zijn, maar iedere pijn en iedere lust en iedere gedachte en verzuchting en al het onzegbare kleine en grote van je leven moet terugkomen, en wel allemaal in dezelfde rang- en volgorde – ook deze spin, ook dit maanlicht tussen de bomen, ook dit ogenblik en ik zelf. De eeuwige zandloper van het bestaan wordt telkens weer omgedraaid – en jij ook, stofje van het stof!”. – Zou je je niet plat ter aarde werpen en tandenknarsend de demon vervloeken, die zo praatte? Of heb je ooit zo’n onbeschrijflijk ogenblik meegemaakt, waarop je hem zou antwoorden: “Je bent een god, en nooit hoorde ik iets goddelijker!”. Wanneer die gedachte je in haar macht zou krijgen, zou je, zoals je bent, veranderen en misschien vermorzelen; de vraag bij alles en iedereen: “wil je dit nog eens en nog ontelbare malen?” zou als de grootste nadruk op je handelingen liggen! Of op hoe goede voet zou je moeten staan met jezelf en het leven, om naar niets meer te verlangen dan naar deze uiteindelijke eeuwige bevestiging en bezegeling? ”
– Friedrich Nietzsche, De Vrolijke Wetenschap

Written by deltaking

7 februari 2016 at 12:26 pm

Geplaatst in Ook nog...